Onderstaande recensie is gepubliceerd in YN 6-2010, het decembernummer van Ypsilon Nieuws, tijdschrift van Ypsilon, vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Informatie: www.ypsilon.org

 

 

 

Niet tevreden met herstel

 

In de Westerse wereld wordt depressiviteit geleidelijk een niet te onderschatten volksziekte. Zo ook in Nederland. Steeds meer mensen komen er in interviews, boeken en films voor uit dat zij korte of langere tijd aan een ernstige depressie hebben geleden. Patiënten met een diagnose schizofrenie lijden ook vaak aan een ernstige depressie. Auteur Anneke Spaaks besloot dit boek te schrijven omdat haar depressie veroorzaakt bleek door een schildklierziekte.

 

Tijdens haar opname in de kliniek ontmoette Spaaks veel patiënten met dezelfde symptomen als zij, vrijwel altijd behandeld met antidepressiva. Er werd niet gezocht naar een mogelijke andere oorzaak dan genetische of omgevingsfactoren. Spaaks pleit voor diepgaand onderzoek naar het functioneren van de schildklier bij psychiatrische stoornissen, heftige angsten, depressiviteit en stemmingswisselingen.

Na negen jaar tobben met depressies belandde de auteur van dit boek in 2002 in een psychiatrische kliniek. Ze kon niks meer, had alle zicht op een gunstig toekomstperspectief verloren. Bonkte met haar hoofd tegen de muur om gedachten kwijt te raken. Van een aimabele vrouw was ze veranderd in een agressieve patiënt, met nare dwanggedachten over mensen uit haar omgeving. Ze was ‘gek’ geworden, MAD.
In de kliniek bleef ze vechten voor haar herstel. Naast de reguliere behandeling, raadpleegde ze ook het alternatieve circuit. Een arts met een vervolgopleiding in de homeopathie, Marianne Hibbeln, vond de oorzaak van haar malaise. Het ging om een lage schildklierfunctie, hypothyreoïdie (ook genoemd de ziekte van Hashimoto). Ernstig, maar goed met medicijnen te behandelen. De behandeling sloegaan. Spaaks begon zich geleidelijk aan beter, energieker te voelen.

 

Schildklier
Spaaks is niet tevreden met haar eigen herstel. Ze blijft, als academisch opgeleid onderzoekster, nieuwsgierig naar het waarom. Een grote vraag houdt haar bezig: Waarom zit de kliniek vol vrouwen,  psychisch maar vooral ook lichamelijk geknakt? Zij hebben weliswaar vaak een zwaar leven of een traumatisch verleden achter de rug, maar anderen, emotioneel ook flink beschadigd, gaan zonder grote problemen door het leven. Zou de oorzaak van het inklappen van de vrouwen in de kliniek niet ook een oorzaak kunnen hebben in het lichamelijke, bijvoorbeeld in het disfunctioneren van de schildklier zoals bij Spaaks zelf het geval bleek? Ook dat kan genetisch van oorsprong zijn.
“Maar”, schrijft ze, “dan zou de behandeling tweeledig moeten zijn, zowel gericht op lichamelijke als op psychische mankementen. Daarbij zou eerst het lichamelijke aspect behandeld moeten worden, opdat de patiënt zich beter gaat voelen en daarmee weerbaarder wordt om het geestelijke aspect aan te gaan. Het is een hypothese, maar waarom zou die niet juist kunnen zijn?”

Met argumenten probeert ze het hoofd van de kliniek ervan te overtuigen over te gaan tot het invoeren van schildklieronderzoek. Ze stuit daarbij op flinke weerstand. Het hoofd verschuilt zich achter allerlei beperkingen. Bepaalde afwijkingen in het functioneren van de schildklier zijn niet door de gangbare bloedtesten op te sporen en vereisen diepgaander onderzoek. Dat kost tijd en geld. Spaaks geeft niet op en legt haar argumenten vast in dit boek.

 

Therapietjes
Het boek is geschreven in de vorm van korte dagboekaantekeningen. Ze geeft daarin gesprekken weer met medepatiënten en hulpverleners, aanvaringen met behandelaars en vragen over het nut van allerlei therapietjes.
Toen haar ziekte toesloeg was Spaaks bezig met een promotieonderzoek in haar eigen vakgebied, sociologie. Ze kon dat niet afronden. Hoewel haar symptomen haar verstandelijke vermogens niet hadden aangetast - ze sprak geen wartaal - was haar concentratievermogen weg, haar geheugen verslechterd. Ze was depressief en chronisch vermoeid, soms agressief als behandelaars haar niet op gelijk intellectueel niveau behandelden. Een veel voorkomend probleem. Naar de beleving van de patiënt wordt zelden geluisterd. Zelfs niet als er expliciet naar wordt gevraagd.
Spaaks pleit voor samenwerking tussen complementaire (aanvullende) en reguliere medische geneeswijzen.
Achter in het boek bevindt zich een literatuurlijst, een uitvoerige beschrijving van de ziekte, de diagnostiek en behandelingsmogelijkheden. Een boek over een kleine klier die het leven danig kan ontregelen.

 

Liesbeth Gerris

Recensie verschenen in ORTHO-ORTHOmoleculair Magazine, nr. 5, 2009

http://www.ortho.nl/orthomoleculair-magazine

Depressief door de schildklier

 

DOOR: TOINE DE GRAAF

 

Schildklierpatiënt Anneke Spaaks, auteur van het boek Moe Angstig Depressief, is op zaterdag 31 oktober één van de sprekers tijdens het Congres Voeding & Psyche in Utrecht. ‘Wat mij betreft was die hele Freud nooit geboren.’

 

‘Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn depressies en angststoornissen hard op weg om volksziekte nummer één te worden in de westerse wereld, wat niet alleen veel leed, maar ook forse maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Ik was lange tijd één van de slachtoffers. De ziekte was dermate ernstig dat deze mij in een psychiatrische kliniek op de afdeling stemmingsstoornissen deed belanden, aanvankelijk intern, later in dagbehandeling.’

Dit schrijft Anneke Spaaks (1946) in haar voorwoord bij het boek Moe Angstig Depressief, dat eind 2008 verscheen.1 Tijdens haar psychiatrische behandeling kwam Anneke bij toeval op het spoor van de werkelijke oorzaak van haar psychische én lichamelijke klachten. Complementaire artsen buiten de kliniek stelden bij haar ‘hypothyreoïdie’ vast, ofwel een lage schildklierfunctie. En dit nadat reguliere artsen jarenlang geen lichamelijke afwijkingen of verontrustende labwaarden hadden kunnen vinden.

 

Blind vertrouwen

Anneke Spaaks is lang niet de enige met een lage schildklierfunctie zonder dit te weten. Het is niet bekend hoeveel mensen in ons land leiden aan hypothyreoïdie. Natuurarts Robert Linschoten, die eveneens zal spreken tijdens het Congres Voeding & Psyche, noemt in Moe Angstig Depressief een aantal van één miljoen. Feit is dat hypothyreoïdie vooral vrouwen treft en dat de diagnose in veel gevallen pas na lange tijd wordt gesteld.

Dit laatste is op verschillende manieren te verklaren. ‘Omdat schildklierziekten zich kunnen uiten in een groot scala aan klachten en symptomen die overlappen met bijvoorbeeld angststoornissen, depressie, stress en chronisch vermoeidheidssyndroom, wordt de ziekte vaak niet herkend’, schrijft Anneke Spaaks hierover.

Daarnaast speelt een rol dat reguliere artsen doorgaans blind vertrouwen op de TSH-test. Onder natuurartsen en orthomoleculaire artsen groeit echter het besef dat ook mensen met een ‘normale’ TSH-waarde hypothyreoïdie kunnen hebben. In een gezond lichaam produceert de schildklier dagelijks de hoeveelheid hormonen die werkelijk nodig is en verbruikt wordt. Om dit te bewerkstelligen, maakt de hypofyse het thyreoïd-stimulerend hormoon (TSH). Als de schildklier weinig hormonen afgeeft, stijgt de TSH. Wanneer voldoende hormonen in het bloed circuleren, daalt de TSH. Dit feedbacksysteem biedt een uitgelezen kans voor allerlei vormen van schildklierdiagnostiek, maar dus ook voor misbruik ten koste van de patiënt.

 

Dagboekaantekeningen

Anneke Spaaks vermoedde zelf jarenlang een lichamelijke oorzaak voor haar klachten, maar bleef een roepende in de woestijn. ‘In de psychiatrische kliniek heb ik het vaak ter sprake gebracht, maar men pikte het gewoon niet op. De arts-assistent geloofde eenvoudigweg niet dat ik schildklierpatiënt was. Ik bleef hem bestoken met informatie. “Neen”, was steeds zijn antwoord.’

In haar boek beschrijft Anneke gedetailleerd de periode in de kliniek. Daarvoor putte ze uit de dagboekaantekeningen die ze bijhield tijdens de behandeling. ‘Mijn boek had drie keer zo dik kunnen zijn. Gemakkelijk. In die kliniekperiode maakte ik bijna iedere avond aantekeningen. Ik heb enorm veel cahiers boven liggen. Maar ik wilde het beknopt houden, want pas dán komt de boodschap over.’

En die boodschap luidt onder meer dat de psychiatrie een belemmering vormt om lichamelijke aandoeningen te onderkennen. ‘Dat is een heel grote barrière. In het begin, toen mijn klachten onverklaarbaar bleken, werd ook tegen mij gezegd: “Ga maar naar de psychiater”. Veel mensen blijven daar dan hangen. Dat vind ik heel erg. Er zijn misschien nog wel meer ziektes die gewoon te behandelen zijn, als men beter kijkt. Er is een wisselwerking tussen lichaam en geest: als iemand dat weet, ben ík het wel. Je hele denken, je geest kan veranderen door een ziekte. Dat is ongelooflijk en zó beangstigend. Ergens wist ik nog wel wie ik vroeger was. Door de schildkliermedicatie heb ik mezelf uiteindelijk weer teruggevonden. Maar het heeft lang geduurd.’

‘Wat mij betreft was die hele Freud nooit geboren. Het houdt zóveel ontwikkeling tegen, omdat klachten alsmaar in die hoek wordt geduwd. Het wordt dan een psychiatrisch verhaal. En ernstig is dat niet alleen artsen daarin geloven, maar dat patiënten daarin meegaan. Ik heb met open ogen rondgelopen en geobserveerd in de kliniek: wat gebeurt er met die mensen? Ik ben een kritische geest. En tot mijn verbijstering heb ik mensen gezien die toen ze binnenkwamen nog enigszins functioneerden, maar waar echt niks van overbleef. Verschrikkelijk. Hopeloos. Mensen die jaren en jaren bezig zijn, zonder resultaat. Diep droevig.’

 

Voedingssupplementen

Anneke slikt inmiddels al weer enkele jaren een natuurlijk schildklierhormoonpreparaat. Deze medicatie wordt voorgeschreven door haar natuurarts en wijkt af van wat reguliere artsen meestal voorschrijven bij hypothyreoïdie (het synthetische geneesmiddel Thyrax). Daarnaast gebruikt ze op aanraden van haar natuurarts voedingssupplementen, waaronder selenium, magnesium en B-vitamines.

Heel geleidelijk is ze opgeknapt. Ook de lichamelijke klachten zijn verdwenen. ‘Nu heb ik vrijwel nooit meer hoofdpijn en zeker geen migraineaanvallen, de maagdarmproblemen zijn verdwenen, evenals de spierzwakte, de slaapproblemen, de oververmoeidheid en de tijdelijke gehooruitval’, schrijft ze in de epiloog van haar boek. ‘Ik heb geen last meer van kouwelijkheid, weg is de allergie voor chemische stoffen, evenals de overgevoeligheid voor geluiden.’

Ze hoopt dat meer mensen met een niet onderkende hypothyreoïdie het juiste spoor vinden. Reden waarom ze de strijd aanbindt met de TSH-test. ‘Toen ik mij ging verdiepen in de TSH-kwestie stuitte ik op talloze boeken en artikelen, geschreven door artsen en leken’, vertelt ze. ‘Daarin wordt de TSH als gouden standaard afgewezen, op grond van onderzoek of persoonlijke ervaringen. Zo kwam ik er ook achter dat de standaardmedicatie Thyrax in vele gevallen niet toereikend is.’

 

‘Robotbenadering’

Eind augustus organiseerde de MBOG, samen met de Artsenvereniging voor Biologische en Natuurlijke Geneeskunde (ABNG 2000), een congres over de schildklier. Centraal stonden de diagnose en behandeling van hypothyreoïdie. De TSH-test kreeg, zoals te verwachten, veel aandacht én kritiek. Robert Linschoten was één van de sprekers: ‘De TSH zegt wel iets, maar weinig over de klachten die iemand heeft. Die zijn afhankelijk van wat gebeurt in de lichaamscellen.’

Linschoten (1927) heeft twintig jaar ervaring met de natuurlijke behandeling van de schildklieronderfunctie. Hij ventileerde tijdens het congres zijn ergernis over de lab based medicine, die gebruikelijk is geworden in de reguliere geneeskunde. ‘En dat is géén evidence based medicine, aldus Linschoten. De fixatie op laboratoriumuitslagen leidt volgens hem tot een ‘robotbenadering’, waarbij de anamnese, het klinisch beeld en het lichamelijk onderzoek er niet meer toe lijken te doen. Vooral internisten hebben hier een handje van. ‘Mevrouwtje, de bloedwaarden zijn goed dus u hoeft zich geen zorgen te maken’, krijgt menig patiënt mee als boodschap.

Hoe moet het dan wel? Tijdens het congres werd veel aandacht besteed aan mogelijke alternatieven voor de TSH-test, waaronder bepaling van de schildklierhormonen T4 en T3 in urine. Volgens Linschoten kan de diagnose hypothyreoïdie echter uitstekend worden gesteld zónder laboratoriumonderzoek. Namelijk op basis van de symptomen en de ochtendtemperatuur. ‘Het begint met luisteren en kijken, dus een volledig lichamelijk onderzoek. Laat de patiënt daarnaast zeven dagen achtereen de ochtendtemperatuur noteren. Deze dient rectaal gemiddeld minimaal 36,7 C° te zijn en gemeten onder de oksel minimaal 36,4 C°.’

 

Liefdesbrief

Als de diagnose is gesteld, kan de behandeling worden ingezet. Wel is het zaak éérst eventuele bijnierproblematiek te behandelen. Bij de behandeling van hypothyreoïdie hoort voeding een belangrijke rol te spelen. Linschoten benadrukte onder meer de grotere behoefte aan eiwitten dan aan koolhydraten. ‘Ook adviseer ik mijn patiënten minstens één ei per dag, vanwege de aanwezige aminozuren. Daarnaast vis en veel rauwkost.’

Linschoten heeft door de jaren heen goede ervaringen opgedaan met het voorschrijven van natuurlijk ofwel dierlijk schildklierhormoon. De dagelijkse hoeveelheid kan volgens hem geleidelijk worden opgevoerd, totdat de patiënt een lichte hyper krijgt. Daarna dient de dosis iets te worden teruggedraaid. ‘Op die manier kunnen patiënten zelf de dosis bepalen. In de winter hebben ze overigens meer nodig dan in de zomer.’

De geluiden als zou natuurlijk schildklierhormoon osteoporose en de gekke koeienziekte kunnen veroorzaken, deed Linschoten af als mythen. ‘Vergelijk het met het steeds weer terugkerende verhaal over hoge doses vitamine C en nierstenen. Ook dat wordt steeds herhaald, maar is allang ontkracht.’

De natuurarts riep sowieso op om niet bang te zijn voor conflicten met reguliere artsen. ‘De inspecteur voor de volksgezondheid in Noord-Holland heeft mij een liefdesbrief geschreven. Een internist had namelijk over mij geklaagd. Die brief bevat acht vragen. Ik heb haar teruggeschreven dat ik die vragen niet ga beantwoorden, want dan moet ik een boek schrijven en daar heb ik geen zin in. Ik heb haar in plaats daarvan uitgenodigd voor dit congres.’ De inspectie bleek echter te schitteren door afwezigheid.

Ernstiger is volgens Linschoten dat steeds minder zorgverzekeraars natuurlijk schildklierhormoon vergoeden. ‘Dit begint te lijken op een soort kartelvorming.’ Het past volgens hem bij de repressieve tolerantie, die in ons land steeds meer lijkt te gelden ten aanzien van niet-reguliere behandelaars.

 

Noten

1. Spaaks A. Moe Angstig Depressief. ISBN 978 90 79538 54 6;

€16 gedrukt exemplaar, incl. verzendkosten.

€ 6 e-book (PDF-bestand)

Bestellen via www.annekespaaks.nl

2. Brownstein D. Overcoming Thyroid Disorders. Medical Alternatives Press, West Bloomfield, 2002

3. Baisier WA et al. Thyroid Insufficiency. Is TSH measurement the only diagnostic tool? J. Nutr. Environm. Med. 2000; 10: 105-13

4. Ishizuki, Y. The effects on the thyroid gland of soybeans administered experimentally in healthy subjects. Nippon Naibunpi Gakkai Zasshi 1991; 67: 622-29

 

Hieronder één van de vele reacties welke ik van de lezers van mijn boek mocht ontvangen.

 

Beste Anneke (wil bijna 'lieve' Anneke schrijven en dat doe ik dus ook nu gewoon),

 

Ik heb je boekje vandaag ontvangen en ben direct aan het lezen geslagen en .........niet meer kunnen stoppen. Het is uit en ik ben er stil van. Ik wil je heel graag mijn reactie geven.

 

Het eerste wat er in mij opkomt is dat ik je zou willen omarmen, wat heb jij het zwaar gehad! Wat een leed, verdriet, onmacht, boosheid en doorzettingsvermogen haal ik uit je boek. Wat een dappere vrouw ben jij. En wat een herkenning. Zoveel herkenning! Ik voel zo met je mee en ik voel ook met mezelf mee. Tranen rolden bij diverse teksten behoorlijk over mijn wangen. Omdat ik me zo goed in je kan verplaatsen. Hoewel mijn klachten ook aanzienlijk zijn zijn ze toch hier en daar anders dan die van jou. Dat neemt niet weg dat juist door de klachten die ik heb ik mijn schildklier helemaal wil laten uitzoeken. Ik heb trouwens een afspraak volgende week met een ABNG-arts. Ik wil ook mijn bijnieren uit laten zoeken en dat doet hij ook. Gaan we het over hebben vertelde hij over de telefoon. Enfin, afwachten dus.

 

Ook ik ben ooit opgenomen geweest en wat jij beschrijft hoe het er intern aan toe gaat.....tja, helemaal waar, het klopt als een bus. De film van mijn opname ging ook weer aan me voorbij, vreselijk, wat een vreselijke periode was dat en net wat je zegt, je haalt troost bij elkaar, je begrijpt elkaar zo goed, je hoeft dat niet eens uit te leggen. Je houdt je overdag goed (ik noem dat altijd 'ik sta in mijn overlevingsstand') om vervolgens 's avonds geheel in te storten, en dat zien 'ze' niet. Zoveel onbegrip in de gesprekken die je voert met diverse arts-assistenten en psychiaters en mensen die denken dat ze je begrijpen. Altijd dat antwoord van: "Ja, ik snap het wat je doormaakt, het is heel moeilijk." Sodemieter op, je begrijpt me helemaal niet. Ik dacht altijd, al voelde je je maar een uurtje zoals ik me voelde. Het is natuurlijk ook best lastig als 'psychiatrisch patiënt' sterk in je schoenen te gaan staan. Je bent doodmoe, totaal geen fut, bent super labiel, depressief, angstig, wantrouwig en wat al niet meer. In het begin geloofde ik ieder woord van hen, want je denkt.....zij hebben er voor geleerd dus zij weten het. Nu, na heel wat jaren dokteren, ben ik inmiddels ook wijzer geworden en zie de beperktheid van hun denken. Ze denken allemaal alleen in hun straatje, hun vakgebied en verder kijken dan je neus lang is....hûh, wat is dat. Een helicopterview is hen vreemd. Dat moet je zelf doen is mijn ervaring.

 

Ik bleef zeggen (en dat doe ik nog steeds) dat ik niet wist waar mijn depressie vandaan kwam, totaal geen reden toe. Gelukkige jeugd gehad, hele lieve ouders (nog), sociaal leven op orde, getrouwd met een fantastische begripvolle lieve vent, twee prachtige kinderen, een leuke baan (die heb ik inmiddels al een paar jaar niet meer, ben niet meer in staat om te werken, helaas), geen traumatische ervaringen gehad, kan goed mijn grenzen aangeven, heb mijn verstand op de goede plek zitten, heb ook nog humor en was best tevreden met mezelf en toch....dood- en dood- en dood-ongelukkig, waarom? Het klopt niet, er klopt iets niet en dat roep ik al jaren.

 

Ook ik ben zo'n geval dat ze niet weten wat ze met me aanmoeten, ik roep al jaren (dat roep ik al vanaf mijn 23ste)....het ligt aan m'n hormonen. Eerst zou ik een angststoornis hebben (je zou er toch ook bijna een van krijgen), daarna zou ik een vorm van manische depressiviteit hebben (omdat ik stemmingswisselingen heb, echter ik heb nog nooit een manie gehad, ik herken me hier toaal niet in). Goed reageren op antidepressiva doe ik niet, het spul werkt gewoon niet bij mij. Heb er zeker een stuk of 5 geprobeerd, zowel de ouderwetse middelen als de SSRI's. Dan ook niet vergetende dat je je bij de op- en afbouw van die middelen flink ziek bent, ik althans wel. En dat duurt niet 1 dag, nee, je bent meteen weken bezig.

 

Goed Anneke, ik laat mijn verhaal even hierbij. Het is nog maar een tipje van de sluier dat ik hier vertel. Dan wil ik toch nog wel even kwijt dat mij moeder zo'n beetje vanaf haar 19e tot midden 50 depressieve klachten heeft gehad. Ook nooit geweten waar het vandaan kwam. Rond haar 65ste is een traag werkende schildklier ontdekt door de reguliere bloedonderzoeken. Zij heeft haar hele leven lang veel lichamelijke kwalen gehad. Ze is nu 79 en al vele jaren gelukkig, hoewel ze lichamelijk een wrak is. Toch is ze helder van geest en heeft alles nog heel goed op een rijtje.

 

Ik ga nu stoppen en ga je bedanken voor het mogen kijken in jouw leven, hoewel dat geen fijne tijd was. Ik hoop zo dat mijn zoektocht/vermoeden nou ook eens wordt bevestigd. Ik zal je op de hoogte houden.

 

Met hartelijke groet,

Henriëtte