DIAGNOSE

 

Inleiding

 

Via de lijstjes met klachten en symptomen van respectievelijk dokter Linschoten en de amerikaanse endocrinoloog dokter Arem kunt u nagaan of er mogelijk sprake is van een te snel of te langzaam werkende schildklier.

 

Bij vermoeden van schildklierdeficiëncy zal de arts vervolgens een TSH-test doen. Immers, volgens de NIV, de Nederlandse Vereeniging van Internisten,  staat de sensitieve bepaling van het serum TSH centraal bij de beoordeling of er sprake is van een stoornis in de schildklierhormoonhuishouding. Een normale TSH-waarde sluit een schildklierstoornis vrijwel uit (negatief voorspelbare waarde 99,7 %), zo staat er te lezen op pagina 2 van de samenvatting van de richtlijn.

De richtlijn van de NIV is bepalend voor de protocollen waar huisartsen mee werken. En dus staat in de NHG-standaard schildklieraandoeningen van de huisartsen: Bepaling van het TSH is dé screeningtest voor de schildklierfunctie. Een normale TSH-concentratie sluit een schildklierfunctiestoornis praktisch uit.

 

Niet waar, zoals u mijn essay Wie geneest heeft gelijk kunt lezen.

Niet waar, laten de resultaten van een grote landelijke enquête zien.

Niet waar, legt Dr. Hertoghe uit in een filmpje op You Tube. 

Niet waar, zegt Dr. Derry, die ervoor pleit om de test af te schaffen.

Niet waar, zeggen dokter Hotze, dokter Ellsworth en dokter Sheridan en zij leggen in dit filmpje op You Tube uit waarom diagnostiek uitsluitend via laboratoriumtesten geen goede manier is om hypothyreoïdie vast te stellen.

Niet waar, zeggen ook de natuurartsen verenigd in het ABNG. En zij stelden hun eigen richtlijnen op.

Niet waar, schrijven ervaringsdeskundigen, zowel artsen als patiënten, in een groeiend aantal boeken die over de inadequate diagnose en behandeling verschijnen.

En om verandering te bewerkstelligen worden er petities opgesteld. 

 

Een cartoon illustreert datgene wat in de huidige medische praktijk over het hoofd wordt gezien: wij zijn patiënten en geen laboratoriumwaarden. De arts zou goed moeten kijken en luisteren naar de patiënt en niet blind moeten varen op de uitslagen van bloedwaarden.

Patiënten zouden er zeer mee gebaat zijn als artsen over de grenzen van hun protocollen zouden durven kijken en weer gingen vertrouwen op hun klinische blik.

 

Waarom zijn bloedtesten, zoals bijvoorbeeld de TSH-test, niet optimaal om vast te stellen of er sprake is van een te traag of een te snel werkende

schildklier?

Het antwoord is simpel: de hoeveelheid schildklierhormoon in de bloedsomloop zegt helemaal niets over hoeveel daarvan daadwerkelijk door de cellen van het lichaam wordt gebruikt.

De cellen zijn de plekken waar het hormoon zijn werk doet en niet in het bloed. Per weefsel en per individu kan de concentratie hormoon die vanuit het bloed het weefsel (cellen) kan binnendringen verschillen. Er is dus geen directe link tussen de waarden in het bloed gemeten en de beschikbaarheid van het hormoon in

het weefsel.

Ontevreden over de bestaande testen zocht Broda Barnes verder en werd zo de grondlegger van de door hem ontwikkelde temperatuurmethode welke hij gedurende tientallen jaren met groot succes heeft toegepast in zijn eigen praktijk.